Categorie: Uncategorized

  • Hoop

    ‘Hoop is de krijgsmentaliteit die cynisme kan verwoesten’, zei Nick Cave bij The Late Show met Stephen Colbert. Hij zei het een jaar geleden, als ik het goed heb, en Femke Halsema haalde het vanavond aan bij Zomergasten. Een prachtig fragment.

    Hoop is iets anders dan optimisme, zei hij ook, het is een beslissing, een activiteit, het is geen naïviteit. Er zijn tijden dat hoop en optimisme samenvallen. Misschien moet je zeggen dat het twintig, vijfentwintig jaar geleden gemakkelijker was om hoopvol te zijn omdat de tijd toen optimistischer was. Ook bij de SP was het gemakkelijker om in actie te komen omdat we nog niet zo murw geslagen waren, omdat we dingen voor elkaar kregen die nieuw waren. Nu zijn de tijden anders, de problemen groter.

    Mijn wandelmaatje P. zei het vandaag nog: we weten echt al heel lang dat er grenzen aan de groei zijn. De club van Rome publiceerde al in 1972 een rapport waarin dat heel duidelijk werd uitgesproken. We hebben er niks mee gedaan, we hebben ons laten inpakken en in slaap sussen, maar dat betekent niet dat we niets meer kunnen doen. We kunnen heel veel doen, en precies daarin zit de hoop. Er zijn nog mogelijkheden, we hebben nog handelingsperspectief.

    Zoals Antonio Gramsci zei: hoop is een morele plicht.

  • Theo’s opdracht

    In 1876 werd mijn overgrootvader geboren in Veendam, een half jaar later werd mijn overgrootmoeder geboren in Gorinchem. Mijn overgrootvader, Theo Boezeman, was handelsreiziger, dat verklaart misschien hoe hij in Gorinchem terechtkwam. Het is toch ruim 200 km reizen. In de archieven van mijn moeder vond ik een jarenlange briefwisseling tussen de jonggeliefden. Het is aandoenlijk.

    Theo werd niet ouder dan 52, Jaantje, Jeanne Aben, achterlatend met acht kinderen, de jongste pas 12 jaar. Een pensioen was er niet, dus de oudere kinderen — zes meisjes en twee jongens — moesten helpen om het gezin te onderhouden. Zij konden pas trouwen als er een ander kind voldoende verdiende. En dus trouwde mijn oma pas op haar 29e, nadat ze haar bijdrage geleverd had. Mijn oudtante Leentje bleef bij moeder Jeanne wonen tot deze overleed, 25 jaar na haar echtgenoot.

    Mijn moeder heeft haar grootvader nooit gekend, en ik al helemaal niet. Maar dit dikke pakket brieven opent toch een luik naar een lang vervlogen verleden. Wat is nu 125 jaar…?

  • Vroegâh

    Mijn eerste mailadres kreeg ik in 1989, of daaromtrent. Ik ging stage lopen in Engeland, en daar hoorde een mailadres bij. Ik herinner me nog de eerste keer dat ik een berichtje tikte, en met een modem contact maakte met een andere computer. Het was compleet nieuw, en ergens voelde het ook volstrekt vanzelfsprekend. Datzelfde gevoel was er bij Gopher, waarmee ik voor het eerst op vreemde bibliotheken kon rondneuzen, bij Mosaic, de eerste webbrowser, en bij Usenet, voorloper van de sociale media.

    Inmiddels was het 1994 en was ik verhuisd naar Duitsland, waar mijn sociale leven voor een belangrijk deel werd ingevuld door de sociale media. Een internetverslaving wellicht, maar het was meer dan dat. Ik vond er vrienden, liefdes, maar ook onontdekte talenten en nieuwe werelden.

    En ergens raakte de bron uitgeput. Op enig moment belandde ik op Twitter, op Facebook, en ook daar beleefde ik plezier aan, maar het was niet meer hetzelfde. Deels omdat de commercie de zaak overnam, maar ook omdat het kunstje uitgewerkt raakte.

    Een jaar of twee geleden besloot Facebook dat ik ofwel moest gaan betalen, ofwel dat ik mijn gegevens moest verkopen. Dat weigerde ik. Ergens was het jammer dat ik mijn netwerk kwijtraakte, maar het was ook het duwtje in de rug dat ik nodig had om Facebook los te laten.

    En nu zit ik er weer even op. Iemand was er met gegevens over mijn Facebook-netwerk vandoor gegaan en probeerde er wat phishing-truuks op los te laten. Een goede aanleiding om mijn berichten te downloaden en mijn account definitief op te heffen. Het is mooi om mijn oude netwerk weer eens tegen te komen, maar het is echt voorbij.

    Het is klaar.

  • Gaza

    Hoe kun je een weblog hebben en niet schrijven over Gaza? Het is een schande wat daar aan het gebeuren is, het is verschrikkelijk, onmenselijk en de redenen waarom zijn ongelooflijk cynisch — Benjamin Netanyahu probeert uit de gevangenis te blijven. Als je daar nog een seconde twijfel over had, kijk dan vooral The Bibi Files.

    Maar wat moet je schrijven? Wat kan je schrijven dat niet al door honderdduizend anderen geschreven is, en beter ook? En al zou ik het beter kunnen, hoe helpt dat? Goed, waar ik in geloof is dat druk vanuit de publieke opinie helpt. Veel mensen op straat, grote demonstraties, dat helpt. Verkiezingsuitslagen met grote steun voor partijen die mensenrechten voorop zetten, dat helpt. Wat dat betreft kan ik mijn eigen partij aanbevelen.

     “Stop de genocide. Het steunen van de Israëlische regering en het wegkijken van oorlogsmisdaden moet nu stoppen. Wij pleiten voor een onmiddellijk staakt-het-vuren. Om Israël onder druk te zetten willen wij een volledig wapenembargo en een opschorting van het EU-associatieakkoord met Israël. Het gelijkstellen van terechte kritiek op Israëls beleid aan antisemitisme is onacceptabel en verwerpelijk. Degenen die verantwoordelijk zijn voor genocide in Gaza moeten zich voor het internationaal gerecht verantwoorden.”

    Daar is geen woord Frans bij.

    Maar ik zou willen dat we méér konden doen. Ik zelf, nu. Het moet stoppen, dit moet nu stoppen. Maar hoe?

  • Special Victims Unit

    Short shameful confession: ik ben een crimi-fan. Agatha Christie, Silent Witness, Vera, noem ze allemaal maar op: ik vind het heerlijk. De plot is altijd duidelijk: er is een misdaad verricht, en we moeten de dader vinden. Hoe gemakkelijk wil je het hebben? Mijn laatste verslaving is Special Victims Unit.

    De serie loopt al zo’n 25 jaar, en RTL is net opnieuw begonnen bij seizoen 1, waarin de jonge Olivia Benson begonnen is als detective in de afdeling seksuele delicten. Een jonge, mooie vrouw die haar eigen verhaal meebrengt — maar daarin is ze niet de enige, zoals we zullen merken. Mooie opmerkingen van de hoofdcommissaris: ‘maak je geen zorgen als je gevoelens opspelen bij de lastige zaken. Ze horen erbij. Maak je vooral zorgen als je er geen gevoelens meer bij hebt.’ Da’s best bijzonder voor een Amerikaanse ruige serie.

    Ook het contrast tussen het eerste en het laatste seizoen is opvallend: van een hot chick heeft Olivia Benson zich ontwikikeld tot hoofdcommissaris. En dat doet ze goed. Ook zij heeft inmiddels ervaring opgedaan, en een enorme hoop geleerd. Wat ze nog steeds niet doet, is goed voor haar personeel zorgen, en ze de gelegenheid geven om hun trauma’s te verwerken. Maar goed, dat is een klacht die je ook vanuit de Nederlandse politie wel hoort. Misschien draagt het wel bij aan het realistische karakter.

  • Hoe persoonlijker, hoe universeler

    ‘Goh, meneer Stromae, u was een tijd gestopt met de muziek, want het ging niet goed met u. Maar u bent weer terug. En hoe. U heeft een prachtig nieuw album gemaakt over de moeilijke tijd die u heeft doorgemaakt.’ ‘Dat klopt. Wat zou u ervan vinden als ik het op mijn geheel persoonlijke wijze in uw nieuwsprogramma kom presenteren?’

    Zo zal het gesprek niet gegaan zijn, maar dat is wel de strekking van wat er gebeurd is. Stromae — artiestennaam van de Belgische topmusicus Paul Van Haver — is jarenlang gestopt met zijn uiterst succesvolle carrière omdat hij enorm met zichzelf in de knoop zat. En toen kwam er op een gegeven moment op het Franse achtuurjournaal een item met hem, waarin de presentatrice hem vraagt naar zijn ervaringen, en of de muziek hem geholpen heeft om zich daarvan te bevrijden. En dan komt er een live optreden, gewoon, zittend in de studio, waarin Stromae het lied ten gehore brengt over zijn wanhoop en ellende. Adembenemend, en diep ontroerend.

    In de comments vind je een vertaling van de teksten in het Engels, voor wie het Frans niet zo goed meester is. Je kunt ook Google Translate gebruiken voor de vertaling. Maar luister vooral ook naar de Franse teksten, want Stromae is er ook een meester in om zijn gedachten op een prachtige manier onder woorden te brengen.

  • Naar eigen beeld en gelijkenis

    In de bijna 40 jaar sinds ik naar Utrecht verhuisde, was ik nog niet eerder naar het Catharijne Convent geweest. Ik heb als student jarenlang op een steenworp afstand gewoond, maar op dat moment was ik niet zo bezig met religieuze kunst, en dat is wel een belangrijk onderdeel van de collectie.

    Ze hebben prachtige stukken, eeuwenoud, zeer kostbaar en de collectie vertelt een fascinerend verhaal over het Christendom in Utrecht en in Nederland. Ook voor een twintigjarige student was dat interessant geweest, maar ik denk dat ik me op dat moment nog te kwetsbaar voelde. Ik had de pastoor in Overvecht waar mijn eerste studentenhuis stond pas net verteld dat ik geen belangstelling had om me aan te sluiten bij zijn parochie.

    Als student was ik nog maar net uit de katholieke traditie gestapt die ik van mijn ouders had meegekregen. Mijn vader was toen al niet meer gelovig, en onlangs vertelde hij dat ook zijn ouders, geboren aan het begin van de twintigste eeuw, niet meer echt kerks waren. Ook mijn moeder was meer een culturele katholiek. Maar de katholieke scholen die ik bezocht had, hadden wel hun best gedaan om het geloof aan te wakkeren. Ik ben gedoopt, heb de heilige communie gedaan en het vormsel, dus formeel was ik katholiek. Het heeft me alleen nooit echt gegrepen, ik heb nooit de aanwezigheid van God gevoeld. Zoals Jan Marijnissen dat zo mooi zei: de rede verzet zich ertegen. Ik ben meer van de school van Selina O’Grady, die stelt dat de mens god geschapen heeft.

    Maar het kan even duren voor een mening een overtuiging is geworden, zo vanzelfsprekend dat je hem als een oude huid kunt afstropen. Ik kom eigenlijk best graag in kerken, ook al beschouw ik mezelf als een overtuigd atheïst. In mijn kijk op de wereld is geen plaats voor een goddelijke ingeving, maar wel voor een religieus gevoel. Het heeft wel iets moois, dat talent om je eigenbelang ondergeschikt te kunnen maken aan de stellige overtuiging dat je voor iets groters strijdt. Als dat je weghoudt van kortzichtig egoïsme, als het je aanmoedigt om je geweten te volgen, dan lijkt me daar weinig mis mee. Als het je echter weghoudt van medemenselijkheid en compassie omdat je denkt dat jouw geloof beter is dan dat van de aanhangers van een ander geloof, dan vrees ik dat we het ene kwaad inrichten voor iets wat minstens zo erg is.

    Ook met die blik kan je naar zo’n expositie kijken. Leerzaam.

  • De vierde macht

    Als het goed is, stelt de journalistiek zich op als vierde macht, naast de trias politica — de wetgevende macht (het parlement en de regering), de uitvoerende macht (de politie) en de rechtsprekende macht (justitie). Met name de wetgevende macht is een belangrijke factor: de wetten die het parlement en de regering maken zijn de maat der dingen. De politie handhaaft ze, de rechters toetsen ze, maar de overheid heeft de touwtjes in handen.

    Het is dus zaak dat de pers in de gaten houdt wat de wetgever doet. Dat gebeurt vrij geregeld, en er zijn talloze verhalen gepubliceerd over corruptie, omkoping, belangenverstrengeling, incompetentie en laksheid. Maar omdat het ook in het belang is van met name die Kamerleden en partijen wiens tekortkomingen aan de kaak worden gesteld, wordt ook de persvrijheid onder druk gezet. Er wordt bezuinigd op de media, de transparantie van de overheid wordt ingeperkt, journalisten worden zwart gemaakt. En er zijn subtielere machinaties aan het werk, denk aan Manufacturing Consent van Noam Chomsky.

    Gelukkig zijn er nog steeds onafhankelijke media — denk bijvoorbeeld aan De Groene Amsterdammer, Follow The Money en Platform Investico. Zij doen hun werk dankzij hun lezers, die geen ander belang hebben dan goed geïnformeerd worden. Het is essentieel dat dit werk doorgaat. Zelf ben ik geabonneerd op De Groene en Follow The Money, vooral omdat ik het van belang vind dat deze organisaties hun onafhankelijke werk kunnen blijven doen. Dat is meer dan ooit nodig.

  • Een duik in de fabeltjesfuik

    ‘Om de jeugd te bereiken moet je tegenwoordig niet meer bij de krant zijn’, hoorde ik gisteren een krantenmaker zeggen. En ‘de jeugd zit op sociale media, en je weet hoe weinig dat met journalistiek te maken heeft.’ Ik begrijp daar niks van. Niet dat ik nou zelf kritiekloos alles geloof wat ik in de krant lees, maar er zit in elk geval een soort van ondergrens aan de kwaliteit van wat er gezegd en geschreven wordt.

    Bij de sociale media is bekend dat er algoritmes onder zitten die eigenlijk alleen maar gedreven worden door kijkcijfers. De gebruiker vasthouden, en hem of haar dus alleen maar meer ‘lekkers’ voorzetten. Arjen Lubach heeft er ooit een mooi item over gemaakt onder de noemer van Fabeltjesfuik, maar het gaat verder: je berichten kunnen ook weggedrukt worden als ze gaan over onderwerpen die X, Facebook en Instragram niet aanstaan. Ook op scholen wordt dat uitgelegd. Hoe je kunt denken dat je daar de waarheid uit haalt, is mij een totaal raadsel.

    Wat ik me afvraag: zou het helpen om een website te maken met daarop de dingen die Elon Musk niet wilt dat je ziet? Een beetje jongere moet dáár toch juist benieuwd naar zijn?

  • Writer’s block

    ‘Hee,’ schreef mijn goede vriend J., ‘je loopt achter. Writer’s block?’ En ik denk inderdaad dat ik het zo moet noemen. Ik ben niet tevreden met mijn schrijfsels. Ik had de lat niet hoog gelegd, maar ik had toch wel de stiekeme hoop dat ik wat aardige stukjes zou schrijven. Dat is nog niet echt gelukt.

    Soms lukt het om een leuk idee in woorden te gieten, en er een stukje van te maken waar ik later ook van denk: ‘daar had ik best een punt, en ik kon het nog uitleggen ook.’ Maar op dit moment lukt dat nog niet zo best.

    Wat niet helpt is dat ik nog steeds niet echt vakantie heb, We zijn vier weken onderweg, en ik heb het eigenlijk alleen maar druk. Het voordeel van op vakantie gaan, is dat je weg bent, alles uit je handen laat vallen en niet eens meer wat kunt doen, al zou je het willen. Dat helpt om je hoofd echt leeg te maken. Mijn hoofd is nog steeds niet leeg. Vandaag had ik een behandeling door de kaakchirurg, en daarom had ik mijn agenda leeg gehouden. Dat helpt. Ook morgen hoef ik niet zo veel. Hopelijk helpt dat ook. Ik heb een idee opgeschreven voor een stukje. Daar ga ik morgen mee verder.